Trots op… uitbuiting?

“Trots op mijn Melkveebedrijf!”

Er is iets waar ik de laatste tijd steeds vaker jeuk van krijg. En nee, dit keer niet van een synthetische trui, een slecht wasmiddel of een of andere hipster-balsem met “natuurlijke ingrediënten” (aka: brandnetel en teleurstelling).

Nee.

Ik heb het over boeren-trots. En dan specifiek de trots die sommige boeren uitstralen over hun melkvee-, vleesvee- en pluimveebedrijf.

Laat ik het meteen scherp stellen, voordat iemand al schuimbekkend “MAAR DE BOEREN!!!” begint te typen.

Trots op succes? Prima.

Als een boer trots is op:

  • het feit dat hij een financieel gezond bedrijf runt,
  • innovatie (efficiënter, schoner, slimmer),
  • dieren die een goed leven hebben gehad,
  • en/of de meest humane manier van slachten die binnen de realiteit mogelijk is…

Dan zeg ik: helemaal goed. Echt. Respect zelfs. Want dat is vakmanschap, verantwoordelijkheid en (in het beste geval) integriteit.

Maar.

Trots op het concept? Daar gaat het mis.

Trots zijn op het bestaan van een bedrijf dat levende, voelende wezens gebruikt als productiemiddel… dat voelt voor mij simpelweg misplaatst.

Want waar ben je dan precies trots op?

Op het feit dat je:

  • een koe “optimaliseert” tot melkrobot,
  • een kip “optimaliseert” tot ei-machine,
  • een varken “optimaliseert” tot wandelende karbonade?

Dat klinkt hard, maar het ís de kern. Het zijn geen schroeven, geen bakstenen, geen aardappelen. Het zijn dieren. Met stress. Met pijn. Met angst. Met gedrag. Met een willetje. Met (ja) een vorm van bewustzijn.

En dan vind ik trots op “het bedrijf als geheel” dus raar. Alsof je trots bent op een perfect draaiende fabriek… terwijl je fabriek toevallig uit levende wezens bestaat.

Dat is een beetje alsof je zegt:
“Kijk mam, ik heb een super efficiënt systeem gebouwd waarin ik hamsters 24/7 in tredmolens laat rennen zodat mijn espresso-apparaat blijft werken.”

En dan verwacht je applaus.

En toch: ik waardeer vlees, zuivel en eieren.

Voordat we het volgende misverstand krijgen: nee, ik zeg niet dat die sector moet verdwijnen.

Integendeel. We eten die spullen. We gebruiken die spullen. Het is (hoe ongemakkelijk ook) onderdeel van hoe onze voedselketen werkt. En voor heel veel mensen is het essentieel: betaalbare eiwitten, voeding, producten.

Dus nee: ik sta hier niet met een fakkel het einde van de veehouderij te eisen. Ik sta hier met een bordje: “Doe even normaal met dat trots-gedoe.”

Want het feit dat iets noodzakelijk is, maakt het nog niet automatisch iets om moreel op te borstkloppen.

Rioolwaterzuivering is óók noodzakelijk. Maar ik zie niemand zichzelf op Instagram fotograferen met een glimmende drol en de tekst:
“Trots op mijn prachtige bruine productie! #blessed #passie #ambacht”

Het contrast: groente- en fruitboeren

En hier komt de interessante twist: bij akkerbouwers, fruittelers, groenteboeren… daar heb ik dit probleem veel minder.

Want kijk: een wortel heeft geen hekel aan dinsdagen. Een appel ligt niet ’s nachts wakker te malen over zijn toekomst. Een krop sla heeft geen stressreactie omdat er een slachtlijn in de buurt staat.

Daar mag je wél gewoon trots op zijn. Over de hele linie.

  • Trots op de grond,
  • trots op de teelt,
  • trots op kwaliteit,
  • trots op vakmanschap,
  • trots op het product.

Daar zit geen fundamentele ethische ruis op het “productieproces” omdat je geen voelende wezens inzet als middel.

Dus wat dan wél?

Wat ik eigenlijk zou willen zien, is een eerlijkere vorm van boerencommunicatie.

Niet:
“Trots op mijn koeien, mijn liefde, mijn passie, mijn melk.”

Maar eerder:
“Ik run een noodzakelijk bedrijf. Ik doe dat zo zorgvuldig mogelijk. Ik neem verantwoordelijkheid voor het feit dat dit over dieren gaat. En ik ben trots op hóe ik het doe, niet op wát het in essentie is.”

Dat is geen zwakte. Dat is volwassenheid.

En eerlijk? Dat zou die hele sector nog sympathieker maken ook. Want mensen prikken door marketing heen. Steeds meer. Gelukkig maar.

Tot slot

Dus ja. Eet je boterham met kaas. Bak je ei. Gooi kip in je nasi. Prima.

Maar laten we alsjeblieft stoppen met doen alsof een perfect geoliede exploitatiemachine “trots” verdient als concept. Trots hoort bij iets dat je moreel kunt vieren, niet alleen economisch kunt optimaliseren.

En nu ben ik benieuwd, mijn waarde lezer(es):
Zie jij dit ook zo? Of ben ik gewoon weer eens irritant principieel op een dinsdag?

Laat een reactie achter. Ik lees ‘m graag.

Dat dus!
Alice

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.