
Op 11 november 2022 schreef ik Van Lotje Ge’blik’t! – een stukje waarin ik alvast even hardop voorspelde dat “statiegeld op blik” in de praktijk vooral ellende ging opleveren. Niet omdat ik een glazen bol heb, maar omdat je met gezond verstand en twee werkende ogen al best ver komt.
Fast forward.
Sinds 1 april 2023 zit er in Nederland €0,15 statiegeld op drankblikjes.
En als je mij nu vraagt: “Is het schoner geworden?” dan is mijn antwoord:
Nee.
Sterker nog: het is op sommige plekken vuiler geworden. En vooral: asocialer.
Het idee op papier (LOL)
De belofte was ongeveer dit:
- Minder zwerfafval
- Meer recycling
- Minder blikjes in de berm
- Nederland iets groener, netter, schoner, beter
- Iedereen gelukkig en zingend door een bloemenweide
In werkelijkheid kregen we:
- Meer gedoe
- Meer rotzooi
- Meer irritatie
- Meer wachtrijen
- Meer storingen
- Meer plakkerigheid dan in een gemiddeld clubtoilet om half vier ‘s-nachts
Het is niet schoner. Echt niet.
Ik kijk niet naar een Excel-sheet van een stichting die zichzelf beoordeelt met een gouden ster en een sticker “goed bezig!”. Ik kijk gewoon om me heen.
Blikjes liggen nog steeds:
- op straat
- in de berm
- in het park
- in de natuur
- naast bankjes, bruggen, bushokjes en alles waar mensen met energieblikjes het leven proberen te overleven
En nee, de notoire vervuilers zijn niet ineens bekeerd door “15 cent”. Shocker.
Bonusvervuiling: vuilnisbakken worden gesloopt
Wat er wél zichtbaar is toegenomen: openbare vuilnisbakken die overhoop getrokken worden.
Niet subtiel. Niet “even netjes kijken”. Nee, gewoon:
- zak eruit
- inhoud op straat
- graaien graaien graaien
- blikje mee, rest mag dood
En dan bestaan er dus van die statiegeld-ringen bij prullenbakken. Helemaal bedacht om dit te voorkomen: mensen kunnen hun blikje/flesje erin zetten, zodat iemand anders het kan pakken zonder de boel te slopen.
En wat doen sommige verzamelaars?
Ze slopen alsnog de hele bak leeg. Want waarom iets pakken wat klaarstaat, als je ook een complete vuilniszak kunt reanimeren tot confetti?
De statiegeldmachines: plakkerig, vies, kapot
Nog zo’n cadeautje: de inleverautomaten.
Je hebt daar nu vaak een mini-ecosysteem:
- plakkerige machine
- plakkerige muur eromheen
- plakkerige vloer ervoor
- en op die plakkerige vloer: klein vuil dat zich heeft vastgehecht alsof het huur betaalt
En ja: storingen. Heel veel storingen. Vol. Vies. Vast. Stuk. “Buiten gebruik”.
En dan sta je daar met je zak blikjes alsof jij de crimineel bent die iets verkeerd probeert te doen.
Ondertussen mag je dus óf:
- je zooi weer mee naar huis nemen (lekker), óf
- naar een andere supermarkt (nog lekkerder), óf
- het alsnog bij het afval mikken (en jezelf intern verraden)
Wachtrijen: nu standaard, niet incident
De wachtrijen zijn ook “gezellig” geworden.
Wat vroeger een snelle handeling was, is nu steeds vaker:
- een rij van vijf man
- waarvan er één iemand een vuilniszak aan blikjes door het apparaat wil voeren
- alsof het een industriële sorteerlijn is
- en jij staat daar met drie flesjes cola en een lege Red Bull
En nee, dit is geen zeldzaam incident. Dit zie je gewoon vaak. Zeker op plekken waar veel mensen “onderweg” consumeren.
Extra inleverpunten? Hahahaha.
Er werd ook geroepen dat er meer inleverpunten zouden komen. Extra plekken. Makkelijker onderweg. Minder druk op supermarkten.
In de praktijk:
- je ziet soms een punt op een station
- er zijn een paar “statiegeldwinkels/retourshops” geopend
- maar als je ze niet toevallig in jouw lokale winkelcentrum tegenkomt, weet je niet eens dat ze bestaan
- en “even zoeken” is niet iets wat mensen gaan doen wanneer ze gewoon boodschappen willen doen
Kortom: het bestaat. Maar het helpt niet structureel.
De burger zit ermee, de overheid doet alsof het prima gaat
En dan de propaganda-laag.
De overheid en Stichting Statiegeld Nederland zitten graag in de hoek van:
“Redelijk succesvol, maar we moeten mensen nog wat meer motiveren om in te leveren.”
Dat klinkt mooi. En het schuift ook lekker de schuld richting burger: jij doet het niet goed genoeg.
Ondertussen voelt het voor de gemiddelde Nederlander gewoon als:
- minder comfort
- meer stress
- meer irritatie
- meer viezigheid in de stad
- en nul “wow-effect” in de natuur
En ja: mensen willen geen geld mislopen, dus zelfs wie dit systeem haat, speelt het spel toch mee.
De nette mensen zijn braaf geworden met zakjes en kratten.
De niet-nette mensen dumpen nog steeds.
Met als bonus dat sommige mensen het systeem gebruiken om publieke vuilnisbakken te slopen voor 15 cent per blikje.
Knap, hoor.
Conclusie: dit experiment is geflopt
We zijn nu jaren verder. Als dit een proefproject was geweest in een bedrijf, dan was het allang gestopt onder het kopje:
“Onwerkbaar. Negatieve bijeffecten. Gebruikers haten het. Kosten hoog. Doel niet gehaald.”
Maar omdat het “beleid” heet, mag het kennelijk eindeloos door etteren.
Oproep: stop ermee. Doe weer normaal.
Statiegeld op flessen en flesjes (met dop, afsluitbaar): prima. Dat werkte. Dat is te doen.
Maar statiegeld op blikjes?
Dat is een dagelijkse bron van gedoe, viezigheid, wachtrijen, storingen en extra rotzooi in de openbare ruimte. En het milieu is er zichtbaar niet beter van geworden in het echte leven — buiten de dashboards om.
Dus mijn voorstel:
- Blikjes weer gewoon bij het afval.
- Investeren in goede afvalbakken, legen, handhaving en schoonmaak.
- En stop met doen alsof 15 cent gedrag magically repareert.
Want een leefbare stad en minder frustratie is óók wat waard.
Dat dus.

